Leve box 3, hoera, hoera, hoera!
Traditioneel wordt de troonrede op Prinsjesdag afgesloten met de woorden ‘Leve de Koning, hoera, hoera, hoera!’. We zouden hetzelfde willen zeggen over box 3: leve box 3, hoera, hoera, hoera! De invoering van het nieuwe box 3-stelsel staat namelijk opnieuw ter discussie, het huidige systeem blijft voorlopig in stand.
Het was de bedoeling van het kabinet om met ingang van 1 januari 2028 het nieuwe box 3-stelsel in te voeren. Vanaf dat moment zou het inkomen uit sparen en beleggen niet langer op basis van een forfaitair rendement worden belast. In plaats daarvan zou belasting worden geheven over het werkelijk behaalde rendement. Dit is uitgewerkt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.
Voorlopig het beste van twee werelden
De aanleiding voor deze wijziging ligt onder meer bij het zogenoemde Kerstarrest. Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire heffing in box 3 in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Totdat er definitief een nieuw stelsel is, geldt een tegenbewijsregeling. Die maakt het mogelijk om aan te tonen wat het werkelijk rendement is geweest. Was dit lager dan het forfaitair berekende rendement? Dan mag voor de belastingheffing worden uitgegaan van dit lagere werkelijke rendement. Het beste van twee werelden.
Hoe werkt box 3 nu?
Voorlopig blijft het forfaitaire rendement het uitgangspunt. Binnen box 3 zijn er drie vermogenscategorieën:
- spaartegoeden;
- overige bezittingen;
- schulden.
Voor iedere categorie geldt een eigen forfaitair rendement. Over het berekende rendement betaalt u vervolgens 36% belasting.
Wat zou er vanaf 2028 veranderen?
Met de Wet werkelijk rendement box 3 zou vanaf 2028 geen keuze meer bestaan tussen het forfaitaire en het werkelijke rendement. De belastingheffing zou dan gebaseerd worden op het daadwerkelijk behaalde rendement over bijvoorbeeld daadwerkelijk ontvangen dividend en huurinkomsten. Ook kunnen kosten en verliezen worden verrekend.
Waardestijgingen zouden in beginsel jaarlijks worden belast via een vermogensaanwasbelasting. Voor onder meer onroerende zaken geldt een uitzondering. Daarbij wordt de waardeontwikkeling pas belast zodra deze daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop, een vermogenswinstbelasting.
Toch weer terug naar de tekentafel
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel inmiddels goedgekeurd. Toch kwam het kabinet daarna terug op het voorstel, omdat er veel kritiek op kwam. Inmiddels heeft het kabinet de Eerste Kamer gevraagd om de stemming over het wetsvoorstel aan te houden.
Het kabinet wil zo snel mogelijk met een nieuw voorstel komen waarvoor breed politiek draagvlak bestaat. Daarbij speelt wel een belangrijk budgettair dilemma: verder uitstel van een nieuw stelsel leidt tot aanzienlijk lagere belastinginkomsten.
Vier scenario’s voor box 3
Momenteel worden vier mogelijke scenario’s onderzocht:
- Het bestaande wetsvoorstel verbeteren.
- De Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028 invoeren als tussenstap en vanaf 2030 volledig overstappen op een vermogenswinstbelasting. De vermogensaanwasbelasting verdwijnt dan.
- Het wetsvoorstel intrekken en het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs tot 2030 in stand houden.
- Vanaf 2028 direct een vermogenswinstbelasting invoeren voor alle vermogensbestanddelen.
Het kabinet benadrukt dat een zorgvuldige afweging nodig is en wil de mogelijkheden met de Kamer bespreken.
Wat betekent dit voor u?
Voorlopig is dus nog niet duidelijk hoe box 3 er vanaf 2028 uit gaat zien. Daarmee is ook nog niet duidelijk of en wanneer u in actie moet komen als u vermogen in box 3 heeft.
Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte. Zodra er meer duidelijkheid is, kan het nodig zijn om uw vermogenspositie opnieuw te bekijken en tijdig actie te ondernemen.
Meer weten?
Heeft u hier vragen over? Of bent u benieuwd wat dit voor uw situatie betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag.