Nieuwe stikstofplannen: wat komt er op agrarisch ondernemers af?
Het kabinet heeft verschillende plannen voor de aanpak van de stikstofproblematiek samengebracht in één maatregelpakket. Voor agrarisch ondernemers staan daarin belangrijke voorstellen, onder meer over emissiereductie, grondgebondenheid en gebieden rond Natura 2000. Veel maatregelen moeten nog verder worden uitgewerkt. Toch wordt steeds duidelijker welke richting het kabinet op wil. Wat kunt u verwachten?
Minder stikstofuitstoot richting 2035
Een belangrijk onderdeel van het pakket is de overstap van depositiedoelen naar doelen voor de uitstoot van stikstof. Het kabinet wil de Kritische Depositiewaarde (KDW) vervangen door sectorale emissiereductiedoelen.
Voor de landbouw betekent dit dat de uitstoot van ammoniak in 2035 met 42 tot 46% moet zijn verminderd ten opzichte van 2019. Rond bepaalde Natura 2000-gebieden komt daar gemiddeld nog 20% reductie bovenop. In deze gebieden bedraagt de totale reductieopgave daarmee 62 tot 66%.
Om ondernemers duidelijkheid te geven over de weg richting 2030 en 2035, wil het kabinet eerst emissieplafonds vaststellen. Vervolgens moeten bedrijfsspecifieke streefwaarden worden ontwikkeld. Vanaf 2035 wil het kabinet werken met afrekenbare emissienormen voor melkvee- en intensieve veehouderijen.
Wat verandert er voor melkveehouders?
Voor melkveebedrijven komen er normen voor de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen. Deze worden gekoppeld aan de fosfaatrechten. Voor 2035 worden de volgende normen voorgesteld:
- 0,164 kg ammoniak (NH₃) per fosfaatrecht;
- 92 kg CO₂-equivalent per fosfaatrecht.
Veel melkveehouders zullen naar verwachting zowel management- als stalmaatregelen nodig hebben om eraan te voldoen. Voor biologische, biodynamische, natuurinclusieve en extensieve bedrijven wordt nog onderzocht of aangepaste normen nodig zijn.
Daarnaast komt er volgens de plannen een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE per hectare. De invoering staat gepland voor 2035, met tussenstappen in 2030 en 2032. Ook grond van een ander bedrijf mag meetellen, als deze binnen 25 kilometer van het bedrijf ligt en hiervoor een samenwerkingsovereenkomst is afgesloten.
Melkveebedrijven op zand- en lössgrond krijgen bovendien te maken met een grasland- en rustgewasverplichting. Minimaal 85% van het areaal moet daar bestaan uit grasland en/of rustgewassen.
Ook plannen voor intensieve veehouderij
Voor intensieve veehouderijen wil het kabinet emissienormen per dierplaats invoeren. Deze normen worden naar verwachting in 2027 gepubliceerd.
Omdat de mogelijkheden om via managementmaatregelen de uitstoot te verminderen in deze sector beperkter zijn, ligt de nadruk vooral op emissiearme stalsystemen. Ook wil het kabinet de regels voor verouderde stallen aanscherpen.
Zones rond Natura 2000-gebieden
Rond 100 van de 121 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden wil het kabinet zones instellen. Voor 85 gebieden gaat het om een zone van 500 meter en voor 15 gebieden om 1.000 meter. Binnen deze zones geldt een aanvullende ammoniakreductie van gemiddeld 20%.
Provincies krijgen een belangrijke rol bij de verdere uitwerking. Zij kunnen een eigen gebiedsgerichte aanpak ontwikkelen. Als daarmee voldoende reductie wordt bereikt, zijn aanvullende landelijke regels volgens de plannen niet nodig.
Afroming van fosfaat- en dierrechten mogelijk
Ook fosfaat- en dierrechten spelen een rol in de voorgestelde aanpak. Het kabinet wil afroming van dierrechten inzetten om de emissiedoelen te ondersteunen.
Daarnaast moeten ammoniakemissieplafonds worden vastgesteld. Dreigen deze plafonds te worden overschreden? Dan kunnen vanaf 2035 fosfaat- en dierrechten worden afgeroomd of kunnen de afromingspercentages worden verhoogd. Worden de emissiedoelen in 2035 niet gehaald, dan behoort ook een generieke korting op productierechten tot de mogelijkheden.
Minder uitstoot bij bemesting
Het kabinet kijkt niet alleen naar stallen en aantallen dieren. Ook de uitstoot bij het bemesten van landbouwgrond moet verder omlaag. Zo worden de voorschriften voor het emissiearm aanwenden van meststoffen aangescherpt en wordt gekeken naar emissiearm gebruik van ureumhoudende meststoffen.
Daarnaast worden technieken als mestvergisting en strippen genoemd. Omdat innovatie alleen naar verwachting niet voldoende is, zet het kabinet ook in op extensiveren, omschakelen, verplaatsen en vrijwillige bedrijfsbeëindiging.
Meer geld voor vrijwillige bedrijfsbeëindiging
Het pakket bevat daarnaast maatregelen voor onder meer natuurherstel, kwetsbare watergebieden, agrarisch natuurbeheer, vergunningverlening, PAS-melders en biologische landbouw.
Ook de vrijwillige beëindigingsregelingen worden voortgezet. Hiervoor stelt het kabinet aanvullend € 2,75 miljard beschikbaar.
Wat betekent dit voor u?
De plannen geven meer inzicht in de richting die het kabinet met de landbouwsector op wil. Vooral de emissiedoelen, grondgebondenheidsnorm, zonering rond Natura 2000-gebieden en mogelijke afroming van rechten kunnen gevolgen hebben voor de toekomstige bedrijfsvoering.
Tegelijkertijd staat nog niet alles vast. Voor verschillende maatregelen zijn wetswijzigingen en verdere besluitvorming nodig. De precieze gevolgen voor uw bedrijf hangen bovendien sterk af van onder meer uw sector, locatie en bedrijfsvoering.
Het is daarom verstandig om de ontwikkelingen te blijven volgen en bij toekomstige investeringen en bedrijfskeuzes alvast rekening te houden met de richting van de plannen.
Meer weten?
Wilt u weten wat dit concreet voor uw bedrijf betekent? Neem dan contact op met een van onze agro-adviseurs. Wij denken graag met u mee.