Belgische liquidatiereserve meestal niet voordelig voor Nederlandse aandeelhouders
Heeft u als Nederlandse ondernemer aandelen in een Belgische vennootschap? Dan lijkt het vormen van een liquidatiereserve in België. op het eerste gezicht een interessante manier om winst fiscaal voordelig uit te keren. Voor Nederlandse aandeelhouders pakt dat in de praktijk meestal anders uit. De Belgische belastingbesparing wordt in Nederland namelijk vaak weer ingehaald, terwijl de extra heffing bij het vormen van de liquidatiereserve wél blijft staan.
Wat is een liquidatiereserve?
In België kunnen kleine vennootschappen een deel van hun winst onderbrengen in een zogenoemde liquidatiereserve. Bij het vormen daarvan betaalt de vennootschap een eenmalige afzonderlijke aanslag van 10%.
Bij een latere uitkering geldt vervolgens een verlaagde Belgische roerende voorheffing. Voor liquidatiereserves die vóór 31 december 2025 zijn aangelegd, bestaan verschillende mogelijkheden. Na een wachttijd van drie jaar geldt een tarief van 6,5%. Wordt vijf jaar gewacht, dan geldt het oorspronkelijke tarief van 5%. Bij een uitkering bij vereffening van de vennootschap is geen roerende voorheffing verschuldigd.
Voor liquidatiereserves die vanaf 31 december 2025 worden aangelegd, geldt een ander regime. Deze kunnen na drie jaar worden uitgekeerd tegen 9,8% roerende voorheffing. Samen met de afzonderlijke heffing bij de vorming komt de totale Belgische belastingdruk daarmee op 18%.
Voor Belgische aandeelhouders kan de liquidatiereserve daardoor een fiscaal aantrekkelijke manier zijn om winst uit een vennootschap te halen. Voor een Nederlandse aandeelhouder werkt dat anders.
Waarom is het voordeel voor een Nederlandse aandeelhouder beperkt?
Woont u in Nederland en heeft u een aanmerkelijk belang in een Belgische vennootschap? Dan wordt het volledige brutodividend in Nederland belast in box 2. In 2026 bedraagt het tarief 24,5% tot € 68.843 en 31% over het meerdere.
De Belgische bronbelasting op het dividend kan in beginsel worden verrekend met de Nederlandse belasting om dubbele belasting te voorkomen. Zolang de Belgische bronbelasting lager is dan de Nederlandse belasting over hetzelfde dividend en volledig kan worden verrekend, maakt het voor de totale belastingdruk daarom weinig verschil hoeveel België inhoudt.
Houdt België minder belasting in? Dan betaalt u in Nederland meer. Het belastingvoordeel verschuift daarmee feitelijk van België naar Nederland.
De afzonderlijke aanslag van 10% bij het vormen van de liquidatiereserve is wél een extra kostenpost. Deze belasting wordt betaald door de Belgische vennootschap en geldt niet als bronbelasting op een dividend. U kunt deze daarom niet verrekenen met uw Nederlandse box 2-heffing.
Een rekenvoorbeeld
Stel dat een Belgische vennootschap € 100.000 winst beschikbaar heeft na Belgische vennootschapsbelasting. De Nederlandse aandeelhouder valt met zijn box 2-inkomen in het tarief van 31%.
Bij een gewone dividenduitkering wordt in België 15% bronbelasting ingehouden. Die € 15.000 kan worden verrekend met de Nederlandse box 2-heffing van € 31.000. Per saldo bedraagt de totale belastingdruk daardoor € 31.000 en houdt de aandeelhouder € 69.000 over.
Bij een uitkering via een liquidatiereserve bij vereffening ziet de berekening er anders uit:
|
| Gewoon dividend | Via liquidatiereserve |
| Aparte aanslag bij vorming (10%) | - | € 9.090,90 |
| Beschikbaar voor uitkering | € 100.000 | € 90.909,09 |
| Belgische bronbelasting | € 15.000 | € 0 |
| Nederlandse box 2-heffing | € 31.000 | € 28.181,82 |
| Verrekening Belgische bronbelasting | – €15.000 | – € 0
|
| Per saldo verschuldigd in Nederland | € 16.000 | € 28.181,82 |
| Totale belastingdruk | € 31.000 | € 37.272,72 |
| Netto voor de aandeelhouder | € 69.000 | € 62.727,28 |
In dit voorbeeld houdt de Nederlandse aandeelhouder via de liquidatiereserve ongeveer € 6.273 minder over dan bij een gewone dividenduitkering. De afzonderlijke Belgische heffing zorgt dus voor een hogere totale belastingdruk.
En als een Nederlandse vennootschap aandeelhouder is?
Ook wanneer een Nederlandse vennootschap een kwalificerende deelneming heeft in een Belgische vennootschap, biedt de liquidatiereserve in principe geen voordeel.
De reden is anders. Een Nederlandse moedervennootschap kan op grond van de Europese Moeder-dochterrichtlijn al recht hebben op vrijstelling van Belgische bronbelasting bij een gewone winstuitkering. In Nederland kan bovendien de deelnemingsvrijstelling van toepassing zijn.
Het vormen van een liquidatiereserve levert dan geen extra vrijstelling op. De afzonderlijke aanslag bij de vorming van de reserve wordt wel betaald. Bij een winst van € 100.000 leidt dat in onderstaand rekenvoorbeeld tot € 9.090,90 extra belasting, terwijl een gewone dividenduitkering onder de genoemde voorwaarden geen aanvullende belastingdruk oplevert.
|
| Gewoon dividend | Via liquidatiereserve |
| Aparte aanslag bij vorming | - | € 9.090,90 |
| Beschikbaar voor uitkering | € 100.000 | € 90.909,09 |
| Belgische bronbelasting | € 0 | € 0 |
| Nederlandse heffing | € 0 | € 0 |
| Totale belastingdruk | € 0 | € 9.090,90 |
| Netto voor de vennootschap | € 100.000 | € 90.909,0 |
In dit voorbeeld kost de liquidatiereserve de Nederlandse moedervennootschap dus € 9.090,90 extra. Niet vanwege een probleem met de verrekening van belasting, zoals bij de particuliere aandeelhouder, maar omdat de afzonderlijke aanslag wordt betaald terwijl de vrijstelling bij een gewone dividenduitkering al beschikbaar is.
Let op: verrekening is niet altijd vanzelfsprekend
Bij een Nederlandse aandeelhouder in privé is er wel een belangrijke kanttekening. De conclusie gaat ervan uit dat de Belgische bronbelasting volledig kan worden verrekend met de Nederlandse belasting.
Dat is niet automatisch het geval. Er moet onder meer voldoende Nederlandse belasting verschuldigd zijn om de Belgische belasting mee te kunnen verrekenen. Welke uitkomst voor u geldt, hangt dus af van uw persoonlijke fiscale situatie.
Wat betekent dit voor u?
Heeft u als Nederlandse ondernemer een belang in een Belgische vennootschap? Ga er dan niet automatisch vanuit dat de Belgische liquidatiereserve ook voor u fiscaal voordelig is. Een regeling die vanuit Belgisch perspectief aantrekkelijk is, kan door de Nederlandse belastingheffing heel anders uitpakken.
Het is daarom verstandig om vóór het vormen van een liquidatiereserve de totale belastingdruk in België én Nederland te berekenen. Kijk daarbij ook naar de manier waarop u uw Belgische vennootschap houdt: als particuliere aandeelhouder of via een Nederlandse vennootschap. Zo kunt u verschillende manieren van winstuitkering goed met elkaar vergelijken.
Meer weten?
Wilt u weten wat deze ontwikkeling betekent voor uw onderneming of heeft u andere vragen over ondernemen in België? Onze adviseurs helpen u graag bij uw grensoverschrijdende vraagstukken. Wij denken graag met u mee.