Komt er een einde aan de schenkvrijstelling voor kinderen?
De jaarlijkse schenkvrijstelling voor kinderen staat mogelijk ter discussie. In een recente evaluatie adviseert het ministerie van Financiën om de regeling te heroverwegen. Wat speelt er precies, en betekent dit dat de vrijstelling gaat verdwijnen? In dit artikel zetten we de huidige regels en de mogelijke ontwikkelingen voor u op een rij.
Op dit moment kunnen ouders hun kinderen jaarlijks een bedrag belastingvrij schenken van € 6.908. Onder kinderen vallen ook pleegkinderen en stiefkinderen. Ouders worden hierbij als één schenker gezien, ook als u gescheiden bent.
Naast deze jaarlijkse vrijstelling kunnen ouders eenmalig een hoger bedrag belastingvrij schenken. Dit geldt voor schenkingen aan uw kind tussen de 18 en 40 jaar, of aan hun partner in deze leeftijdscategorie. De verhoogde schenkvrijstelling is eenmalig en komt in plaats van de jaarlijkse vrijstelling. In 2026 bedraagt deze vrijstelling € 33.129. Voor een schenking ten behoeve van een dure studie van uw kind geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van € 69.009.
Voor overige verkrijgers geldt een lagere schenkvrijstelling. Deze bedraagt in 2026 € 2.769.
Ambtelijk advies over de schenkvrijstelling voor kinderen
Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg heeft op 2 maart 2026 de evaluatie van de jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling aan de Tweede Kamer aangeboden. In het ambtelijk advies wordt voorgesteld om de schenkvrijstelling voor kinderen te heroverwegen.
De ouder-kindvrijstelling in de schenkbelasting werd in 1917 ingevoerd. De gedachte daarachter was dat de overheid het maatschappelijk onwenselijk vond om kleinere schenkingen van ouders aan hun kinderen te belasten. Ook wilde de wetgever voorkomen dat uitgaven vanuit de wettelijke onderhoudsplicht belast zouden worden.
Destijds werden uitkeringen die voortvloeiden uit deze onderhoudsplicht namelijk ook als schenking gezien. Sinds 1981 is dat niet meer het geval. Volgens het rapport komt het oorspronkelijke doel van de regeling inmiddels ook tot uitdrukking in de lagere tarieven voor schenkingen van ouders aan kinderen (10% tot 20% in plaats van 30% tot 40%).
Heroverweging van de schenkvrijstelling
De staatssecretaris vraagt de wetgever daarom om de hoogte van de vrijstelling opnieuw te bekijken en daarbij rekening te houden met maatschappelijke veranderingen ten opzichte van 1917. Zo zijn er bijvoorbeeld meer belastingplichtigen zonder kinderen. Daardoor wordt het verschil in hoogte tussen de schenkvrijstelling voor kinderen en voor overige verkrijgers minder vanzelfsprekend.
Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de vrijstelling tegenwoordig vaak wordt gebruikt als fiscaal extra voordeel. Het doel waarvoor de regeling oorspronkelijk was bedoeld, sluit volgens het rapport minder goed aan bij de huidige praktijk. Daarom wordt aanbevolen om de hoogte van de vrijstelling te heroverwegen en de schenk- en erfbelasting meer relatieonafhankelijk te maken.
Gaat de schenkvrijstelling voor kinderen daadwerkelijk veranderen?
Uit een rondgang langs de verschillende partijen in de Tweede Kamer blijkt dat een meerderheid wil dat het kabinet het ambtelijke advies naast zich neerlegt. Voor de zomer zal de staatssecretaris met een reactie op het advies komen.
In de Tweede Kamer lijkt dus veel weerstand te bestaan. De schenk- en erfbelasting is in vergelijking met sommige andere landen al relatief hoog. Of het advies daadwerkelijk wordt opgevolgd, is daarom nog onzeker. In het tweede kwartaal van 2026 verwachten we hierover meer duidelijkheid.
Meer weten?
Wilt u meer weten over het (belastingvrij) schenken aan uw kinderen? Neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag.