Snel uw antwoord vinden
Zonder gedoe
Belastingadvies

Lucratief belang: wanneer wordt een werknemersparticipatie fiscaal spannend?

Wilt u werknemers, managers of medeoprichters laten meedelen in de groei van uw onderneming? Dan kan een werknemersparticipatie een aantrekkelijke oplossing zijn. Zij kopen aandelen of andere rechten en profiteren mee als het bedrijf meer waard wordt. Maar zo’n participatie kan ook fiscale gevolgen hebben.

Onder bepaalde omstandigheden kan namelijk sprake zijn van een lucratief belang. De opbrengst wordt dan niet belast als vermogenswinst, maar in box 1. Het verschil kan aanzienlijk zijn. In dit artikel leggen we uit wanneer sprake kan zijn van een lucratief belang en waar u op moet letten.

 

Wanneer is sprake van een lucratief belang?

Niet iedere werknemersparticipatie is een lucratief belang. Een werknemer kan aandelen kopen in het bedrijf waar hij of zij werkt. Zelfs als die aandelen later fors in waarde stijgen, hoeft daarvan nog geen sprake te zijn. De Belastingdienst kijkt onder meer naar het doel van de participatie. Is het mogelijke voordeel bedoeld als beloning voor de werkzaamheden van de werknemer? Dan kan sprake zijn van een lucratief belang. Ontbreekt dit beloningsoogmerk? Dan kan de participatie buiten deze regeling vallen.

Praktijkvoorbeeld
Een recent kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst aat zien hoe belangrijk de omstandigheden zijn. In deze situatie kreeg een werknemer de mogelijkheid om indirect 10% van de gewone aandelen in een bv te kopen. De ondernemingswaarde was was vooraf afgestemd met de Belastingdienst. De werknemer betaalde de aankoop deels met eigen middelen en deels met een lening van de bestaande aandeelhouders.

Met relatief weinig eigen geld kon de werknemer zo een aanzienlijk belang verkrijgen. Toch oordeelde de Belastingdienst dat geen sprake was van een lucratief belang.  Doorslaggevend was dat het beloningsoogmerk ontbrak.

 

De mogelijke gevolgen

Als sprake is van een lucratief belang, kunnen de gevolgen groot zijn. Dat blijkt uit een recente rechtszaak over een softwarebedrijf. Eén van de oprichters kreeg een belastingaanslag van maar liefst € 35 miljoen opgelegd. Volgens de rechtbank dreigde daardoor vrijwel zijn volledige vermogen te worden wegbelast. De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat de Belastingdienst in deze zaak onjuist had gehandeld en eerder had moeten onderkennen dat de aanslag geen stand zou houden.

 

Waar let de Belastingdienst op?

Volgens de Belastingdienst wijzen onder meer de volgende situaties erop dat géén sprake is van een lucratief belang:

  • de werknemer koopt gewone aandelen;
  • aan de aandelen zijn geen bijzondere voorwaarden verbonden;
  • er zijn geen bijzondere vertrekregelingen, zoals good leaver- of bad leaver-bepalingen;
  • het rendement is niet afhankelijk van persoonlijke prestaties of targets;
  • de werknemer wil langdurig aandeelhouder blijven;
  • er is geen vooraf geplande verkoop van de onderneming.

Zijn er juist wel bijzondere voorwaarden, een lage instapprijs, een grote financieringshefboom of duidelijke afspraken over een toekomstige verkoop? Dan zal de Belastingdienst de participatie waarschijnlijk kritischer beoordelen.

 

Leg afspraken vooraf goed vast

Werknemersparticipaties blijven maatwerk. Leg daarom vooraf goed vast waarom iemand kan deelnemen, hoe de waarde van de aandelen is bepaald, hoe de financiering is geregeld en welke afspraken gelden bij vertrek of een toekomstige verkoop.

Een zorgvuldige voorbereiding verkleint de kans op discussie met de Belastingdienst en onverwacht hoge belastingaanslagen achteraf.

 

Meer weten?

Heeft u hier vragen over? Of bent u benieuwd wat dit voor uw situatie betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag.

Deel uw uitdaging met ons

  • Deel uw uitdaging via het contactformulier.
  • Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
  • De juiste specialist kijkt met u mee en helpt u verder.

Ook interessant