De equivalente maatregelen in 2018

Akkerbouwers met hogere gewasopbrengsten in 2016 en 2017 kunnen gebruikmaken van een extra stikstof- en fosfaatnorm. Dit laatste geldt mogelijk ook voor rijenbemesting in mais op zand- en lössgronden. Meer weten? Vermetten | accountants en adviseurs vertelt u graag meer over de exacte voorwaarden.

De equivalente maatregelen in 2018

De meststoffenwet schrijft gebruiksnormen voor met de stikstof gebruiksnorm dierlijke mest, de maximale stikstof gebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm. Er bestaat al een stikstofdifferentiatie voor de teelt van gewassen, suikerbieten en fritesaardappelen én voor winter- en zomertarwe en zomer- en wintergerst op kleigronden. Om in aanmerking te komen voor de stikstofdifferentiatie dient de akkerbouwer zich voor 15 mei 2018 aan te melden. Heeft de akkerbouwer zich voor stikstofdifferentiatie aangemeld (of gaat hij zich aanmelden), dan kan hij niet gebruikmaken van equivalente maatregelen.

Equivalente maatregelen

Onder equivalente maatregelen vallen vier maatregelen, mits er sprake is van aantoonbaar hogere gewasopbrengsten. Deze maatregelen mogen gecombineerd worden met elkaar met uitzondering van de combinatie 1 en 4, én de combinatie met de huidige stikstofdifferentiatie. Deze twee combinaties zijn niet toegestaan.

Maatregel 1:
Hogere stikstofgebruiksnormen voor alle grondsoorten;


Maatregel 2 en 3:

Hogere fosfaatgebruiksnormen bij lage en neutrale fosfaattoestand van de grond en zeer hoge gewasopbrengsten voor alle grondsoorten;

Maatregel 4:

Rijenbemesting in mais op zand- en lössgronden.

Voorwaarden equivalente maatregelen

  • Aanmelding voor één of meerdere equivalente maatregelen voor 1 juni 2018;
  • Over 2018 administratief vastleggen van en bewaren gebruikte mestsoorten;
  • Deelname aan monitoring van de milieu-effecten;
  • Voor maatregelen 1, 2 en 3 gelden extra voorwaarden;
  • Eigen gebruik van het gewas is uitgesloten van equivalente maatregelen;
  • Schriftelijk aantoonbare bewijsvoering van de gewasopbrengst en of samenstellingsverklaring van de accountant is vereist;
  • Vijf jaren bewaren van administratie, ook voor de jaren 2016 en 2017. Dit geldt ook voor het administreren van gewassen en rassen met daarmee beteelde oppervlakten, gewichtshoeveelheid en de afnemers (ook door een andere agrariër afgenomen gewassen).

Bemesting 2018

Indien aan de voorwaarden equivalente maatregelen wordt voldaan, dan mag er meer stikstof en fosfaat bemest worden door gebruik te maken van één of meerdere equivalente maatregelen. Hoeveel er meer bemest mag worden, is afhankelijk van welke equivalente maatregel van toepassing is en is ook afhankelijk van de gewasopbrengst van het akkerbouwgewas in de voorgaande twee jaren. Bekijk hieronder per maatregel andere voorwaarden die nog niet genoemd zijn.

Equivalente maatregel 1
Extra bemesting met stikstof (N). Geldt voor 17 gewassen: suikerbieten, bepaalde consumptieaardappelrassen wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst, bepaalde pootaardappelrassen, zetmeelaardappelen, bloemkool, broccoli, slasoorten (eerste teelt), prei, andijvie (eerste teelt), spinazie (eerste teelt), winterpeen/waspeen, zaai-ui of mais. De gewasopbrengst het totale areaal van hiervoor genoemd gewas is in 2016 en 2017 bovengemiddeld. De toegestane verhoging in N kilogram per gewas is afhankelijk van de gemiddelde opbrengst van het totale areaal.

Op Zuidelijke löss- en zandgronden mag maximaal 75 kilogram werkzame N uit dierlijke mest worden toegepast en op klei en zandgronden elders 100 kilogram werkzame N uit dierlijke mest.

N-aanvulling door kunstmest. Let op: Na 1 juli 2018 geen bemesting met dierlijke mest voor een groot aantal grondsoorten en gewassen.

Equivalente maatregel 2
5 Kilogram fosfaat per hectare per jaar extra bemesting door gebruik van kunstmest, compost, champost, schuimaarde of vaste mest van graasdieren en dat blijkt uit de mestadministratie. De gemiddelde opbrengst moet hoger zijn dan 85, 65, 45, 75 en 60 ton per ha voor de respectievelijke teelten suikerbieten, consumptieaardappelen, pootaardappelen, zaai-uien en mais over de jaren 2016 en 2017.

Equivalente maatregel 3
De verhoging van de bemesting met kilogram fosfaat is afhankelijk van de gemiddelde opbrengst voor suikerbieten, consumptieaardappelen, wintertarwe, zomergerst, pootaardappelen, zaai-ui of mais van het totale areaal over de afgelopen twee jaren. De extra bemesting varieert van 5 tot 15 kilogram fosfaat per ha per jaar. De bemesting van extra fosfaat is door gebruik van kunstmest, compost, champost, schuimaarde of vaste mest van graasdieren toegestaan.

Equivalente maatregel 4
Extra bemesting met stikstof (N) op de zuidelijke zand- en lössgronden met 25 kilogram N, en 10 kilogram N per ha per jaar op de overige zandgronden elders in Nederland. Niet te combineren met maatregel 1. Voor 2018 het feitelijk gebruik aantonen van de type en kenmerk van de apparatuur, datum en tijdstip van gebruik van de apparatuur, perceel waarop en gebruikte type meststof en hoeveelheid van de gebruikte mest. Als eigenaar ook bewijs van eigendom van de rijenbemester, dat bemest maximaal 12 centimeter uit de rij bemest in de grond. Er worden geen eisen gesteld aan de opbrengst van de mais in de afgelopen twee jaar.


Contact met Vermetten | accountants en adviseurs

Voor de equivalente maatregelen gelden diverse voorwaarden. Wilt u meer informatie over de equivalente maatregelen in 2018? Neem vrijblijvend contact op met de agrarische adviseurs van Vermetten | accountants en adviseurs. Zij vertellen u graag meer en nodigen u indien gewenst uit voor een persoonlijk adviesgesprek.

 

Bron: RVO