Snel uw antwoord vinden
Zonder gedoe
Agro

Melkprijs onder druk: houd voldoende bufferruimte

De eerste helft van 2025 bood veel melkveehouders de mogelijkheid om financiële bufferruimte op te bouwen. Met voldoende buffer kunt u periodes met hogere kosten of lagere opbrengsten beter opvangen. Juist nu de melkprijs (hopelijk tijdelijk) onder druk staat en kosten stijgen, is het belangrijk om aandacht te hebben voor de liquiditeitsontwikkeling.

 

De melkprijs is de afgelopen periode gedaald, terwijl de kosten voor melkveebedrijven oplopen. Daarnaast kunnen in 2026 hogere kosten voor mestafvoer een rol gaan spelen. Ook kan na een goed jaar zoals 2025 een hogere belastingaanslag volgen.

Een financiële buffer helpt om deze schommelingen op te vangen en de kasstroom stabiel te houden. Zonder buffer kan een periode met hogere kosten of lagere opbrengsten sneller tot financiële druk leiden.

 

Wat is de beschikbare bufferruimte?

De beschikbare bufferruimte is de marge die overblijft nadat alle noodzakelijke kosten en uitgaven zijn betaald. Met andere woorden: het bedrag dat beschikbaar blijft uit de bedrijfsinkomsten. Voor 2025 wordt uitgegaan van een gemiddelde marge van ongeveer 7,5 cent per kilogram melk.

 

Grote verschillen tussen bedrijven

Hoewel dit een gemiddelde is, bestaan er in de praktijk grote verschillen tussen melkveebedrijven. Zo ligt de hoogste marge rond 17 cent per kilogram melk, terwijl sommige bedrijven zelfs een negatieve marge van ongeveer 2 cent laten zien.

De bedrijven met de hoogste marges hebben doorgaans een lagere kritieke opbrengstprijs van ongeveer 37 cent per kilogram melk, gemiddeld vier hectare meer grond, ongeveer elf koeien extra, maar produceren gemiddeld 140.000 kilogram melk minder, een iets minder intensieve bedrijfsvoering en 56% minder vreemd vermogen.

Bij bedrijven met de laagste marges zien we juist het tegenovergestelde. Daar ligt de kritieke opbrengstprijs rond 54,5 cent per kilogram melk. Daarnaast geven deze bedrijven gemiddeld 15,6 cent per kilogram melk meer uit.

 

Hoe ontstaan de verschillen?

De verschillen in marges worden vooral veroorzaakt door verschillen in kosten en uitgaven. De opbrengstverschillen spelen een kleinere rol.

Het verschil in melkopbrengst tussen bedrijven met de hoogste en laagste marges bedraagt slechts 1,3 cent per kilogram melk. Ook het verschil in overige opbrengsten is relatief klein, namelijk 1,9 cent per kilogram melk.

Het grootste verschil zit in het saldo van opbrengsten minus toegerekende kosten. Bedrijven met de hoogste marges realiseren hier bijna 7 cent per kilogram melk meer dan bedrijven met een negatieve marge.

 

Bouw zelf bufferruimte op

De benodigde financiële buffer verschilt per bedrijf. Een veelgebruikte vuistregel is € 1.000 per koe of 10 cent per kilogram melk. Een nauwkeurigere methode is om te kijken naar uw vaste lasten. Zorg bijvoorbeeld dat u minimaal drie tot zes maanden aan vaste kosten als buffer beschikbaar heeft. Breng uw maandelijkse uitgaven in beeld en bepaal hoeveel liquide middelen nodig zijn om deze periode te overbruggen.

Daarnaast is het verstandig rekening te houden met schommelingen in de melkprijs. Om een daling van de melkprijs een half jaar op te vangen, kan al snel een buffer van ongeveer 5 cent per kilogram melk nodig zijn.

 

Meer weten?

Wilt u weten wat dit concreet voor uw bedrijf betekent? Neem dan contact op met een van onze agro-adviseurs. Wij denken graag met u mee.

Deel uw uitdaging met ons

  • Deel uw uitdaging via het contactformulier.
  • Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
  • De juiste specialist kijkt met u mee en helpt u verder.

Ook interessant