Snel uw antwoord vinden
Zonder gedoe
Belastingadvies

Box 3: ook voor 2028 en 2029 nog onduidelijkheid

Op 12 februari heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Maar de inkt was nog niet droog toen de minister van Financiën in de media liet weten het wetsvoorstel mogelijk te willen aanpassen. Wat is de huidige stand van zaken?

De Tweede Kamer heeft onlangs ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, wordt vanaf 2028 het vermogen in box 3 niet langer belast op basis van een forfaitair rendement, maar op basis van het werkelijk behaalde rendement.

De belastingheffing in box 3 gaat dan uit van de daadwerkelijke inkomsten. Denk hierbij aan rente op spaargeld, dividend, huurinkomsten en verkoopresultaten van beleggingen of onroerende zaken. Kosten zijn daarbij aftrekbaar, zoals rentelasten en onderhoudskosten van onroerend goed.

Naast het werkelijk gerealiseerde rendement wordt ook ongerealiseerd rendement belast. Dit speelt bijvoorbeeld bij waardestijgingen van effecten. Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups geldt echter een uitzondering. Hiervoor geldt geen vermogensaanwasbelasting, maar een vermogenswinstbelasting. In dat geval vindt heffing plaats op het moment dat het rendement daadwerkelijk wordt gerealiseerd, dus bij verkoop. Het werkelijk rendement wordt vervolgens belast tegen 36%.

 

Aanpassingen aan het wetsvoorstel?

De Tweede Kamer stemde uiteindelijk in met het wetsvoorstel, maar zonder veel enthousiasme. Niet instemmen zou namelijk leiden tot een aanzienlijke budgettaire tegenvaller. Tegelijkertijd is er veel kritiek op het voorstel.

Voor minister van Financiën Eelco Heinen was dat reden om op 25 februari 2026 aan te kondigen dat hij de wetgeving mogelijk alsnog wil aanpassen. De minister vreest dat het wetsvoorstel in de huidige vorm geen meerderheid zal krijgen in de Eerste Kamer.

Eerder was in het coalitieakkoord al aangekondigd dat de vermogensaanwasbelasting in 2029 plaats zou moeten maken voor een volledige vermogenswinstbelasting. Inmiddels lijkt het erop dat ook het wetsvoorstel dat per 2028 moet ingaan nog wordt aangepast.

 

Wat kunnen we verwachten?

Op welke punten het wetsvoorstel precies wordt aangepast, is op dit moment nog onduidelijk. De minister heeft aangegeven eerst het gesprek aan te willen gaan met betrokken partijen.

Daarmee blijft ook de toekomstige belastingheffing in box 3 voorlopig onzeker. Voor nu blijven we dus werken met het huidige systeem, waarin wordt uitgegaan van een fictief rendement, met de mogelijkheid om onder voorwaarden te kiezen voor een heffing op basis van werkelijk rendement.

Hoe de situatie er vanaf 2028 en daarna precies uit zal zien, moet de komende tijd duidelijk worden.

Meer weten?

Heeft u hier vragen over? Of bent u benieuwd wat dit voor uw situatie betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag.

Deel uw uitdaging met ons

Ook interessant