Nieuwe wet vergroot risico op schijnzelfstandigheid bij laag uurtarief
De Eerste Kamer heeft op 16 juni 2026 ingestemd met de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Deze wet maakt het voor bepaalde zzp’ers eenvoudiger om aanspraak te maken op de bescherming van een werknemer. In dit artikel leest u wat deze wijziging voor uw onderneming kan betekenen.
Wat verandert er?
Verdient een zelfstandige minder dan € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026), dan kan hij of zij een beroep doen op het zogenoemde ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’. Het belangrijkste gevolg hiervan is dat de bewijslast verschuift.
De zzp’er hoeft niet langer aan te tonen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. In plaats daarvan moet de opdrachtgever bewijzen dat hiervan géén sprake is. Lukt dat niet, dan kan de arbeidsrelatie alsnog als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt.
De betreffende zzp’er kan daardoor mogelijk aanspraak maken op onder meer:
- loondoorbetaling bij ziekte
- ontslagbescherming
- vakantiedagen en vakantiegeld
- overige werknemersrechten
Aandachtspunten voor ondernemers
Voor ondernemers die samenwerken met zelfstandigen tegen relatief lage tarieven neemt het risico toe dat een arbeidsrelatie achteraf als dienstverband wordt beoordeeld.
Twee voorbeelden uit de praktijk
Een zorginstelling huurt een zzp’er in voor € 30 per uur. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens vaste roosters en onder dagelijkse aansturing van leidinggevenden. De zzp’er beroept zich op het rechtsvermoeden van werknemerschap. In dat geval moet de zorginstelling aantonen dat daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Kan hij of zij dat niet voldoende onderbouwen, dan bestaat het risico dat de relatie als dienstverband wordt aangemerkt.
Een administratiekantoor schakelt een zelfstandige boekhouder in die € 50 per uur factureert. Het rechtsvermoeden is hier niet van toepassing, omdat het uurtarief boven de grens van € 38 ligt. Dat betekent echter niet dat een dienstverband is uitgesloten. Ook in deze situatie kan de arbeidsrelatie nog steeds worden getoetst aan de bestaande criteria, zoals de mate van gezag, zelfstandigheid en ondernemersrisico.
Doel van de nieuwe wet
Met deze wet wil het kabinet kwetsbare werkenden beter beschermen tegen schijnzelfstandigheid. Daarvan is sprake wanneer iemand formeel als zzp’er werkt, maar feitelijk functioneert als werknemer.
Daarnaast verwacht het kabinet dat de wet een preventieve werking heeft. Opdrachtgevers worden hierdoor gestimuleerd om arbeidsrelaties vooraf zorgvuldig in te richten en kritisch te beoordelen.
Welke vergoedingen tellen mee?
Hoewel de wet een duidelijke tariefgrens introduceert, is nog niet volledig duidelijk welke vergoedingen meetellen bij de beoordeling van de € 38-grens.
Met name aanvullende vergoedingen kunnen tot discussie leiden. Denk hierbij aan kostenvergoedingen die samenhangen met de opdracht, maar niet rechtstreeks betrekking hebben op de verrichte arbeid.
Twee voorbeelden uit de praktijk
Een zzp’er factureert € 35 per uur en daarnaast € 0,23 per kilometer aan reiskosten. Door deze vergoeding komt de totale beloning boven € 38 per uur uit. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat uitsluitend de vergoeding voor de arbeid bepalend is. In dit voorbeeld bedraagt die vergoeding € 35 per uur, waardoor de zzp’er mogelijk een beroep kan doen op het rechtsvermoeden van werknemerschap.
Een zzp’er factureert € 32 per uur, aangevuld met een opslag van € 8 per uur voor het gebruik van eigen gereedschap. In deze situatie wordt de beoordeling complexer. De opslag vertoont kenmerken van een vergoeding die onderdeel uitmaakt van de totale opdrachtvergoeding. Daardoor kan discussie ontstaan over de vraag of deze opslag moet meetellen bij de beoordeling van de € 38-grens.
Wanneer kostenvergoedingen kunnen worden uitgedrukt in een vast bedrag per uur, kan het verstandig zijn deze in het uurtarief op te nemen in plaats van afzonderlijk te factureren.
Voorkom risico's bij zzp-inhuur
De grens van € 38 per uur biedt meer duidelijkheid voor zowel zzp’ers als ondernemers die hen inhuren. Het is voor ondernemers daarom verstandig om eerst vast te stellen tegen welk arbeidsgerelateerd uurtarief zzp’ers daadwerkelijk werken. Kijk vervolgens welke zzp’ers onder de € 38-grens vallen en ga met hen in gesprek over de toekomstige inrichting van de samenwerking.
Daarnaast blijft het belangrijk om zowel de overeenkomsten als de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden kritisch te toetsen aan de overige criteria voor een arbeidsrelatie. Niet alleen het contract, maar vooral de dagelijkse praktijk bepaalt uiteindelijk of sprake is van ondernemerschap of van een dienstverband. Bij zzp-relaties onder de € 38 per uur ligt de bewijslast voortaan bovendien nadrukkelijker bij de opdrachtgever. Een zorgvuldige beoordeling van bestaande samenwerkingen is daarom belangrijker dan ooit.
Meer weten?
Heeft u hier vragen over? Of bent u benieuwd wat dit voor uw situatie betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag.