Pittig jaar voor melkveehouders: lagere melkprijs en hogere mestkosten
Na een aantal goede jaren staat de melkveesector voor een uitdagend 2026. De melkprijs is de afgelopen maanden gedaald en structurele kosten nemen toe. Tegelijkertijd blijven ontwikkelingen op de langere termijn vragen om duidelijke keuzes op bedrijfsniveau.
In 2025 lag de melkprijs lange tijd op een hoog niveau. FrieslandCampina publiceerde van januari tot en met oktober garantieprijzen tussen €53 en €57 per 100 kilo melk (exclusief toeslagen). Vanaf het najaar zette echter een duidelijke daling in, met een garantieprijs van €39,50 in januari 2026.
Dat is een groot verschil. De oorzaak ligt vooral in het wereldwijde overaanbod van melk. De vraag naar zuivel groeit jaarlijks met circa 1,5%, terwijl de melkproductie in 2025 naar verwachting met 2,2% is toegenomen. Door de goede marges in eerdere jaren is er meer geproduceerd: koeien bleven langer op het bedrijf en de productie per koe nam toe.
Dit overaanbod zet de prijzen onder druk. De verwachting is dat de melkprijs op korte termijn mogelijk nog iets verder daalt. Pas wanneer vraag en aanbod weer beter in balans komen, kan herstel optreden. Dat wordt in de tweede helft van 2026 verwacht. Meer over de ontwikkeling van de melkprijs en het belang van voldoende bufferruimte leest u in ons artikel over de melkprijs onder druk.
Opvallend is dat de biologische melkprijs stabiel blijft rond €69 per 100 kilo melk. In deze markt zijn vraag en aanbod beter in evenwicht, waardoor de prijs minder gevoelig is voor schommelingen.
Mestafzet wordt belangrijke kostenpost
Naast de lagere melkprijs krijgen melkveehouders te maken met oplopende mestkosten. Door het vervallen van de derogatie mag er nog maximaal 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare worden uitgereden.
Dit leidt tot hogere afzetkosten. Waar deze in 2024 gemiddeld nog circa €14.000 bedroegen, stegen ze in 2025 naar €25.000. Voor een gemiddeld bedrijf kunnen de kosten in 2026 oplopen tot ongeveer €35.000.
In een rekenvoorbeeld komt dit neer op bijna 3 cent per kilo melk. Daarmee vormt mestafzet een steeds zwaardere last op het bedrijfsresultaat.
Daarnaast kan er op sommige bedrijven juist een tekort aan mest ontstaan op het moment dat er in het voorjaar veel wordt afgevoerd. Dit kan invloed hebben op de gewasgroei.
Keuzes in de veestapel en bedrijfsvoering
De combinatie van lagere opbrengsten en hogere kosten vraagt om scherpe keuzes. De huidige, relatief hoge slachtprijzen kunnen daarbij een rol spelen. Het afvoeren van dieren kan helpen om kosten en mestproductie te verlagen.
Tegelijkertijd vraagt het wegvallen van de derogatie om een andere aanpak van mest en ruwvoer. Het tijdig opstellen van een bemestings- en ruwvoerplan wordt belangrijker. Daarbij speelt ook de beschikbare mestopslag een rol. Een grotere opslagcapaciteit kan helpen om mest beter over het jaar te verdelen.
De ruwvoersituatie verschilt regionaal. In delen van Nederland zijn de voorraden goed, terwijl in andere gebieden droogte of natte omstandigheden de opbrengsten hebben beïnvloed.
Lange termijn vraagt om duidelijke koers
Naast de korte termijnontwikkelingen is het belangrijk om te kijken naar de richting van het bedrijf. De sector ontwikkelt zich naar verwachting in verschillende richtingen.
Een deel van de bedrijven zal verder opschalen en inzetten op efficiënte, hoogproductieve melkproductie. Daarnaast ontstaat een groep bedrijven die kiest voor extensivering en natuurinclusieve landbouw, vaak met een meerprijs voor melk.
Ook verbreding speelt een rol. Denk aan activiteiten zoals recreatie, zorg, boerderijverkoop of verwerking van eigen producten. Dit kan helpen om minder afhankelijk te zijn van de melkprijs.
Volgens verwachtingen zal het aantal melkveebedrijven richting 2040 afnemen, terwijl bedrijven zich verder specialiseren of juist verbreden.
Vooruitkijken en plannen
De ontwikkelingen in de melkveesector laten zien dat sturen op zowel korte als lange termijn noodzakelijk is. Schommelingen in melkprijs en kosten vragen om flexibiliteit in de bedrijfsvoering.
Tegelijkertijd wordt het steeds belangrijker om een duidelijke langetermijnvisie te hebben. Welke koers past bij uw bedrijf en hoe speelt u in op veranderende omstandigheden?
Meer weten?
Wilt u weten wat dit concreet voor uw bedrijf betekent? Neem dan contact op met een van onze agro-adviseurs. Wij denken graag met u mee.