Kosten voor personal training van de dga: fiscaal toch aftrekbaar?
Kosten voor sport en gezondheid worden door de Belastingdienst doorgaans als privé-uitgaven gezien. Toch laat een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant zien dat er onder omstandigheden ruimte kan zijn om bepaalde sport- en gezondheidsvoorzieningen fiscaal gunstig via de bv te vergoeden.
De uitspraak biedt interessante aanknopingspunten voor dga's die investeren in hun gezondheid en duurzame inzetbaarheid.
Wat speelde er?
Een dga had via zijn bv kosten gemaakt voor personal training en een sportschoolabonnement. Naar aanleiding van een boekenonderzoek over de jaren 2018 tot en met 2020 stelde de Belastingdienst dat sprake was van privé-uitgaven. Vervolgens werd een naheffingsaanslag opgelegd van ruim € 21.000, vermeerderd met belastingrente en een boete.
Volgens de Belastingdienst kon de dga geen beroep doen op de vrijstelling voor arbovoorzieningen, omdat een dga volgens de inspecteur niet als werknemer van zijn eigen bv zou kunnen worden aangemerkt. De rechtbank kwam echter tot een ander oordeel.
Dga kan voor de loonbelasting werknemer zijn
De rechtbank oordeelde dat een dga voor de loonbelasting wel degelijk als werknemer van zijn eigen bv kan worden beschouwd. Dat er in de praktijk nauwelijks sprake is van een gezagsverhouding, doet daar volgens de rechter niet aan af.
Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om onder voorwaarden gebruik te maken van de vrijstelling voor arbovoorzieningen. Dat betekent dat bepaalde voorzieningen die bijdragen aan gezondheid, welzijn en duurzame inzetbaarheid onbelast kunnen worden vergoed.
Vrijstelling voor arbovoorzieningen ruimer uitgelegd
Opvallend aan de uitspraak is dat de rechtbank de vrijstelling voor arbovoorzieningen relatief ruim uitlegt. Volgens de rechter hoeven de kosten niet uitsluitend gericht te zijn op het voorkomen van ziekteverzuim.
In deze zaak werd geoordeeld dat zowel de personal training als het sportschoolabonnement onder de vrijstelling konden vallen.
Voor het sportschoolabonnement van de partner van de dga gold dat niet. De partner was geen werknemer van de bv, waardoor geen beroep kon worden gedaan op de vrijstelling voor arbovoorzieningen.
Discussie mogelijk nog niet afgerond
De Belastingdienst voerde daarnaast aan dat dergelijke kosten ongebruikelijk zouden zijn. De rechtbank volgde dit standpunt niet, mede omdat de inspecteur deze stelling onvoldoende had onderbouwd.
Dat betekent echter niet automatisch dat de discussie definitief is beslecht. Het is goed mogelijk dat de Belastingdienst in hoger beroep gaat of in toekomstige procedures uitgebreider motiveert waarom bepaalde kosten volgens haar niet gebruikelijk zijn.
De uitspraak biedt daardoor kansen, maar vraagt tegelijkertijd om een zorgvuldige beoordeling van de feiten en omstandigheden.
Wat betekent dit voor u?
Maakt u als dga kosten voor bijvoorbeeld personal training, fitness of andere gezondheidsvoorzieningen via uw bv? Dan kan het interessant zijn om te beoordelen of deze voorzieningen onder de vrijstelling voor arbovoorzieningen kunnen vallen. Vooral wanneer dergelijke voorzieningen passen binnen goed werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid, biedt deze uitspraak mogelijk meer ruimte dan tot nu toe vaak werd aangenomen.
Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid geboden. De ontwikkelingen op dit gebied staan nog niet volledig vast en verdere jurisprudentie kan van invloed zijn op de uiteindelijke toepassing van deze vrijstelling.
Wel maakt deze uitspraak duidelijk dat sport- en gezondheidskosten van een dga niet in alle gevallen automatisch als privé-uitgaven hoeven te worden aangemerkt.
Meer weten?
Heeft u hier vragen over? Of bent u benieuwd wat dit voor uw situatie betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen u graag.